Samenvatting

Financieel beeld

Samenvatting

In de kadernota zijn in de bestuurlijke inleiding de prioritaire onderwerpen voor de uitwerking van de Begroting 2023 genoemd. Daarnaast hebben we te maken met een aantal ontwikkelingen die een forse impact hebben op de begroting zowel aan de baten als aan de lasten kant. Aan de batenkant hebben we te maken met een grote daling van € 32 mln in de algemene uitkering in 2026 en aan de lastenkant zijn we geconfronteerd met extreme prijsstijgingen. Het effect van prijsstijgingen doet zich met name voor bij infrastructurele projecten en beheer & onderhoud. In de uitwerking van de Begroting 2023 zijn de bovengenoemde onderdelen meegenomen maar wel in het licht van het traject begroting in evenwicht.

Het reële structuele begrotingssaldo (traject begroting in evenwicht)
Met ingang van de Begroting 2023 zal in het begrotingssaldo zoals het in dit hoofdstuk gepresenteerd wordt ook het structurele begrotingssaldo worden opgenomen. De basis voor de beoordeling en weergave van het structurele begrotingssaldo is in de BBV vastgelegd in de notitie Structurele en incidentele baten en lasten . Het basis uitgangspunt in deze notitie is dat alle taken van de provincie als structureel worden gezien en structurele lasten door structurele baten moeten worden gedekt. Incidentele lasten zijn daarbij de uitzondering en dienen onderbouwd te worden. Het inzicht in welke lasten als incidenteel mogen worden gezien en welk effect dat heeft op ons structurele begrotingssaldo is de eerste fase in het traject begroting in evenwicht. Deze eerste inzichten zijn nu opgenomen in de Begroting 2023. Een en ander in lijn met de toezegging zoals opgenomen in de Bestuurlijke inleiding van de Begroting 2022. In het traject is gekeken naar de beleidsonderwerpen zoals die nu opgenomen zijn en of die vanuit de notitie van de BBV incidenteel of structureel van aard zijn. Daarnaast geeft de BBV aan dat een begroting reëel dient te zijn. Dat betekent in de praktijk dat de hoogte van structurele lasten per jaar kan variëren maar dat er geen sprake mag zijn van wens denken. Voor aflopende budgetten dient er dus een verklaring te zijn. Op basis van deze uitgangspunten hebben de mutaties op het begrotingssaldo in de deze begroting plaatsgevonden. Dit betekent dat er in deze begroting relatief veel mutaties opgenomen zijn die niet starten in 2023 maar op een later moment. Dit omdat deze beleidsonderwerpen structureel van aard zijn en op basis van de huidige kennis over de beleidsonderwerpen er is ingeschat dat het niet reëel is dat de structurele lasten, zonder nadere besluitvorming over het beleid, afnemen. De beleidsonderwerpen die incidenteel van aard zijn, zijn nader toegelicht in de Financiële begroting 2.3 Incidentele baten en lasten . In het hoofdstuk begrotingssaldo wordt nader ingegaan op wat het structurele begrotingssaldo is nadat bovenstaande regels zijn toegepast.
In de begroting zijn ook lasten opgenomen die gedekt zouden moeten zijn of worden vanuit een baat van het Rijk. Omdat er geen zekerheid bestaat over deze bedragen vanuit het Rijk of nog geen formele berichtgeving is ontvangen worden deze baten voorzichtigheidshalve niet opgenomen in de begroting.Daarom presenteren wij naast het formele structurele begrotingsaldo conform de de BBV notitie het structurele begrotingssaldo gecorrigeerd voor baten die nog niet zijn opgenomen in de begroting maar waarvan de lasten wel voorgefinanceerd zijn uit het begrotingssaldo. Het structurele begrotingssaldo met deze correctie ligt in de periode 2023-2026 rond de 0-nijl op 2026 na. De oorzaak van het tekort in 2026 is toe te wijzen aan de extreme daling van € 32 mln in de algemene uitkering vanuit de Meicirculaire 2022.

Verdere beeld
Door het doorvoeren van deze mutaties is het lastenniveau van de begroting in het meerjarig beeld T+14 gestegen naar gemiddeld € 850 mln. Het saldo van de bestemmingsreserves nemen op korte termijn af. Daarna loopt het saldo weer licht op. Een andere oorzaak van het oplopen van de lasten zijn de ontwikkelingen op de indexatie. Het effect hiervan is voelbaar zowel op de exploitatie als in de investeringen. Dit betekent onder andere ook dat de kapitaallasten  (rente en afschrijving) extra stijgen vanwege de extra investeringskredieten ten behoeve van de inflatie ontwikkeling. Voor de indexatie binnen de exploitatie zijn de indexatiebudgetten voor 2023 opgenomen binnen de ambities. Voor de jaren 2024 tot en met 2027 staan deze nog op de stelpost in Overzicht Algemene middelen en Organisatie. Het bedrag wat hier structureel staat voor indexatie in 2027 is € 71,8 mln (loon en prijs).

Deze pagina is gebouwd op 11/14/2022 15:57:46 met de export van 11/14/2022 15:22:10